Onderzoeksprojecten

Projecten    Doctoraten    pwo

Hotel Europa. Een artistiek en cultuurhistorisch onderzoek naar de verwerking van het concept 'Europa' in de Vlaamse (toneel)literatuur vanaf 1893 

Tijdstraject: 1 februari 2009 - 31 januari 2013. 
Promotoren: Prof. Dr. Eric Corijn (VUB), Dr. Geert Opsomer (EhB-Rits, IDeA). 
Promovendus: Ivo Kuyl (EhB-Rits). 
Financiering: BOAB-middelen. 
Hotel Europa bestaat uit een wetenschappelijk, een artistiek en een dramaturgisch luik. In het wetenschappelijke luik wordt vanuit een grootstedelijk perspectief de nationalistisch-geïnspireerde geschiedenis van de Europa-gedachte in de Vlaamse literatuur vanaf 1893 herschreven. De hypothese luidt dat het denken over Europa in de Vlaamse literatuur vanwege zijn overwegend nationalistisch karakter slecht voorbereid is om modellen voor een echte 'European way of life' (in de zin van een transnationale cultuur of samenleving) te ontwikkelen. Het artistieke luik omvat het schrijven van een voorstellingspartituur en het aanmaken van een voorstelling die op deze tekst gebaseerd is. Hier luidt de hypothese dat er voor dit creatief proces nood is aan een relatief nieuwe dramaturgie die poogt bepaalde verworvenheden van het dramatische (aristoteliaanse) én het postdramatische theater te integreren. Het dramaturgische luik tenslotte bestaat uit een verslag over de genese van de visie die via het creatief proces is tot stand gekomen. Deze reflectie moet dienen om bepaalde inzichten over de specificiteit van artistiek onderzoek te toetsen vanuit de hypothese dat artistiek onderzoek een eigen wetmatigheid bezit en dus geen wetenschappelijk onderzoek is. 
Contact: Ivo Kuyl

The Return of the Nature State 

Tijdstraject: 1 oktober 2008 - 30 september 2010. 
Promotor: Dr. Lieven De Cauter (EhB-Rits, IDeA). 
Onderzoekers: Lieven De Cauter (EhB-Rits, IDeA), Rudi Laermans (KUL). 
Financiering: EhB ACA-middelen. 
Abstract: The book on the return of the nature state will be the second in a trilogy Lieven De Cauter is currently writing together with Prof. Dr. Michiel Dehaene (TU Eindhoven) and Rudi Laermans (last part probably also with Pascal Gielen): Twilight of the Spheres: A General Theory of Heterotopia. (Lieven De Cauter & Michiel Dehaene, with Rudi Laermans); The Return of the Nature State: the Mad Max Phase of Globalization (Lieven De Cauter & Rudi Laermans, with Michiel Dehaene); The Potentials of Communalism: Generic Man, the Transformations of the Public Sphere and the Advent of a New Commons. (Rudi Laermans & Pascal Gielen, with Michiel Dehaene & Lieven De Cauter). The first part is almost finished. This second part covers a large field from media theory and political theory to philosophy of history: key terms are reality tv as psychotic games, posthistory, permanent catastrophe, disaster capitalism, and of course the idea of the Nature State as it figures in the political philosophy of Hobbes and Rousseau. Part of the work will be to trace the workings of the concept in modern political theory - Schmitt, Strauss, and others. The basic hypothesis is that in many ways the fascination for extremes, for the nature state as war of everyone against everyone (very apparent in many reality tv shows and games), is both a metaphor and a symptom of capitalist competition (as war of everybody against everybody) and an anticipation of the relapse into chaos and shock of our planetary system due to permanent war, 'disaster capitalism' (Naomi Klein), climate change and mass migration. This return of the Nature State is the frame for the dawning 'mad max phase of globalisation'. An important sub-theme is the dualized spatial order that corresponds to this: this will lead to investigations on the seams of the walled world (Ceuta, Tijuana, Palestine). It is possible that these casestudies become separate texts and result in exhibitions or other forms of output. 
Contact: Lieven De Cauter

Community Art. Een artistiek onderzoek naar bemiddelingsmodaliteiten tussen professionele en niet-professionele kunstenaars in het hedendaags theaterlandschap 

Tijdstraject: 1 oktober 2008 - 30 september 2010. 
Promotor: Pol Dehert (EhB-Rits, IDeA). 
Onderzoekers: Marnix Verduyn (EhB-Rits, IDeA), Tom Van Imschoot (extern), Dominique Van Malder (extern), Jan Geers (extern), Wim Van Den Bussche (extern), Jos Verbist (EhB-Rits), Luc Pien (KHLIM), Johan Boonen (extern), Geert Opsomer (EhB-Rits, IDeA, CAMPO), Chris Van Goethem (EhB-Rits), Johan Dehandschutter (EhB-Rits). 
Financiering: EhB ACA-middelen, Open Doek vzw. 
Abstract: Dit onderzoeksproject ent zich op een drieledige vaststelling: 1. in het professionele, gesubsidieerde theaterwerkveld wordt het onderscheid tussen een niet-professionele en een professionele speler of maker steeds vager (sociaal-artistiek werk, participatieprojecten, buurtwerking, etc), 2. in het hoger kunstonderwijs en meer bepaald de Vlaamse en Nederlandse regie-opleidingen worden aspirant-makers in de eerste plaats opgeleid om te werken met professionele spelers en 3. heel wat niet-professionele spelers zoeken steeds vaker naar andere, nieuwe vormen van informeel onderwijs waarin ze deelnemen in een volwaardig artistiek project (en dat verlangen wordt niet ingevuld door het deeltijdse kunstonderwijs of het amateurscircuit). Er is met andere woorden een stijgende noodzaak aan good practices die het werken met niet-professionele spelers kan schragen. Centraal in dit project, dat zich op de spannende grens tussen werkveld, pedagogie, artistiek onderzoek en kunsteducatie begeeft, staan dan ook volgende onderzoeksvragen: 1. welke agogische, pedagogische en artistieke competenties zijn vereist bij het werken met niet-professionele spelers? 2. welke informele pedagogische en artistieke omgeving dien je te installeren om tegelijk te ontsnappen aan alle wetmatigheden van het dagonderwijs en het deeltijds onderwijs? 3. hoe dienen werkveld, hoger kunstonderwijs, docentenopleidingen deeltijds kunstonderwijs zich tot het vervagende onderscheid tussen professioneel en niet-professioneel te verhouden? Die vragen worden onderzocht via een concreet artistiek project, dus via praktijkgericht artistiek onderzoek, waarin een twintigtal deelnemers in een laboratoriumsetting werken. Het traject zal resulteren in een multidisciplinaire theatervoorstelling die op diverse locaties gespeeld wordt. 
Contact: Marnix Verduyn

De letter 'N', de letter waar het Woord eindigt en de Werkelijkheid begint. Naar een archeologie van de Europese beschrijving van Afrika 

Tijdstraject: 1 oktober 2008 - 30 september 2012. 
Promotoren: Prof. Dr. Hans De Wolf (VUB), Bert Beyens (EhB-Rits, IDeA). 
Promovendus: Peter Krüger (EhB-Rits). 
Financiering: BOAB-middelen. 
Abstract: 
Contact: Peter Krüger

Urban Representations. Europe, Its Cities, Its Multitudes 

Tijdstraject: 1 oktober 2008 - 30 september 2010. 
Promotor: Dr. Dieter Lesage. 
Onderzoekers: Herman Asselberghs (Hogeschool Sint-Lukas Brussel), Dieter Lesage (EhB-Rits, IDeA). 
Financiering: EhB ACA-middelen, Sint-Lukas ACA-middelen. 
Abstract: 'Urban Representations. Europe, Its Cities, Its Multitudes' is een nieuw transdisciplinair samenwerkingsproject tussen filosoof Dieter Lesage en kunstenaar Herman Asselberghs. Hun onderzoeksproject wil enerzijds de uiteenlopende strategieën evoceren waarvan Europese steden zich in tijden van globalisering bedienen om zichzelf te ensceneren voor een steeds heterogenere bevolking en een steeds internationaler wordend publiek. Anderzijds wil het ook op audiovisuele en literaire wijze de tactieken in beeld brengen waarmee deze menigten zich de steden waarin ze leven, werken en zich ontspannen, als scène voor hun politieke eisen toeëigenen. Hoe stellen stedelijke politieke autoriteiten, stadsbewoners en -gebruikers zich in Europa de stad voor op het vlak van de openbare ruimte, van gentrificationdynamieken, etc. en hoe moeten we deze stedelijke voorstellingen situeren in een globaal perspectief? Is Europa inderdaad het continent van een achterhaald soort stedelijkheid, zoals Rem Koolhaas graag beweert? Of is Europa veeleer het continent van het stedelijk experiment en - dus - van een stedelijke avantgarde die elders nog lang niet aan de orde zijn? Niet Dubai en Chongqing, maar Brussel en Berlijn verdienen het in een post-Imperiale wereld gefêteerd te worden. Rond deze apologie voor de Europese stad zullen Herman Asselberghs en Dieter Lesage samenwerken aan het eerste deel van een film (werktitel After Empire. Part I: the City), release eind 2009) die als voorstudie zal dienen voor een Engelstalig boek (werktitel The Multitude and the City, publicatie eind 2011) en het tweede deel van de film (werktitel After Empire. Part II: the Multitude), release eind 2012) die ze eveneens samen zullen schrijven en maken. 
Contact: Dieter Lesage


Tussen realiteit en perceptie. Een artistiek onderzoek naar de relatie beeld, werkelijkheid en narrativiteit 

Tijdstraject: 1 oktober 2008 - 30 september 2010. 
Promotor: Marc Lybaert (EhB-Rits, IDeA). 
Onderzoekers: Bert Beyens (EhB-Rits, IDeA), Marc Lybaert (EhB- Rits, IDeA), Tim Martens (EhB-Rits. IDeA), Nicolas Provost (extern). 
Financiering: EhB ACA-middelen. 
Abstract: Met dit onderzoeksproject wil de opleiding Audiovisuele Kunsten zich gedurende twee jaar buigen over de relatie beeld - realiteit en over de relatie narrativiteit - werkelijkheid. Enerzijds wordt onderzocht op welke manier het gemediatiseerde beeld onze perceptie op de werkelijkheid bepaalt, anderzijds welke invloed de perceptie van de werkelijkheid heeft op narratieve strategieën. Uitgangspunt hierbij is de specifieke overtuigingskracht van het audiovisuele beeld dat, hoe fictief of artificieel het ook is, niet langer naar een onderliggende werkelijkheid verwijst, maar een werkelijkheid op zich is geworden. In een eerste onderzoeksluik willen we dit gegeven onderzoeken aan de hand van een kunstenaarsresidentie. Filmmaker en beeldend kunstenaar Nicolas Provost zal gedurende het eerste projectjaar werken aan een (middel)lange speelfilm, waarin hij, vertrekkende van documentaire beelden, speelt met de eigen grammatica van film en video en de grenzen tussen fictie en non-fictie. Het tweede onderzoeksluik vormt een theoretische voedingsbodem voor het artistieke onderzoekstraject. Onder de noemer 'nomadische dramaturgie' wordt verder ingegaan op het decoderen van de werkelijkheid en hoe deze kan getransponeerd worden naar een narratief model. Voorts zullen er op regelmatige basis publieke momenten georganiseerd worden, waarin aan de hand van lezingen, screenings, beeldanalyses en presentaties van kunstenaars en mediamakers een dialoog ontstaat tussen theorie en praktijk. Het gehele onderzoekstraject zal gedocumenteerd worden en resulteren in een publiek toonmoment en een publicatie. 
Contact: Marc Lybaert


The document as performance. The performance as a document. Een interdisciplinair artistiek onderzoek naar theatraliteit en werkelijkheid. 

Tijdstraject: 1 oktober 2008 - 30 september 2010. 
Promotor: Dr. Geert Opsomer (EhB-Rits, IDeA). 
Onderzoekers: Geert Opsomer (EhB-Rits, IDeA), Jan De Pauw (EhB-Rits, IDeA), Klaas Tindemans (EhB-Rits, IDeA), Stef De Paepe (EhB-Rits, IDeA), Martine Ketelbuters (EhB-Rits, IDeA), Ruben De Roo (EhB-Rits, IDeA), Dirk Verstockt (extern), Jan Vromman (extern), Johan Dehandschutter (extern), René Van Gijsegem (KASK Gent), Hans Bryssinck (KASK Gent), Bob Vandeputte (KASK Gent), Stefan Kaegi (Rimini Protokoll).
Financiering: EhB ACA-middelen, VUB, Kaaitheater (Brussel), KASK (Gent), CAMPO (Gent), DasArts (Amsterdam), Xl air (Brussel). 
Abstract: Sinds eind jaren '90 zoekt het theater zijn band met 'de werkelijkheid' opnieuw te articuleren. Dit resulteert in allerlei theatervormen gaande van sociaal-artistieke en interculturele creaties tot urbanistische interventies in de lijn van de situationistische droom. Twee lijnen zijn hierin te onderscheiden: enerzijds een antropologisch geïnspireerde kunstpraktijk, en anderzijds performance-gerichte kunst. Dit grootschalig, interdisciplinair en vakgroepoverschrijdend IDeA-onderzoek wil de verhouding tussen deze twee lijnen actualiseren. Via vijf met elkaar gerelateerde artistieke en historische deelonderzoeken willen de onderzoekers op zoek gaan naar nieuwe vormen van theatraliteit: (1) Retool Earth wil de artistiek-wetenschappelijke weergave van een leefbare toekomst stimuleren (Jan De Pauw/Martine Ketelbuters/Dirk Verstockt, i.s.m. Kaaitheater, VUB), (2) Atelier CONGO neemt een verdrongen geschiedenis als thema voor een onderzoek naar de presentatie van het wrede (Geert Opsomer/Johan Dehollander i.s.m. CAMPO), (3) Atelier HOUTZEE legt de relatie tussen de performance en de beeldende kunst (René Van Gijsegem/Hans Bryssinck/Bob Vandeputte i.s.m. KASK), (4) Atelier Rimini Protokoll gaat expliciet op zoek naar de documentaire als theatraal gegeven (Stefan Kaegi/Jan Vromman/Klaas Tindemans i.s.m. CAMPO). (5) Catalogue Résonnante vormt tegelijk het sluitstuk van de onderzoeksateliers én dient als voeding voor de ontwikkeling van een nieuwe theatertaal (Stef De Paepe/Ruben De Roo). Deze vijf deelonderzoeken zijn duidelijk afgebakend in verschillende tijdsdelen maar worden niettemin geschraagd door een duidelijke gemeenschappelijke onderzoeksvraag, namelijk hoe kan een artistieke praktijk op het grensgebied tussen document, geschiedenis, theatraliteit en werkelijkheid vorm krijgen (zie luik 2). Drie van deze deelonderzoeken worden rechtstreeks gekoppeld aan reguliere opleidingsonderdelen. Met behulp van de financiële en inhoudelijke inbreng van externe partners (VUB, Kaaitheater, KASK, CAMPO, DasArts, Xl Air) wordt er via meerdere toonmomenten, publicaties en festivalmomenten maximale zichtbaarheid gegeven aan dit project. 
Contact: Geert Opsomer.

De wereld van de Monkey - naar een archeologie van de barokke cultuur 

Tijdstraject: 1 oktober 2007 - 30 september 2011. 
Promotoren: Rudolf De Smet (VUB) & Bert Beyens (EhB-RITS) 
Onderzoekers: Pol Dehert (EhB-RITS, IDeA), Karel Vanhaesebrouck (EhB-RITS, IDeA), Maarten Van Dyck (UG) 
Financiering: BOAB-middelen 
Abstract: Dit project heeft tot doel de interferenties bloot te leggen tussen het zeventiende-eeuwse visuele regime,de toenmalige kennistheoretische context en de artistieke praxis van het baroktheater. Uitgangspunt voor dit onderzoek vormt het leven en werk van John Wilmot (1647-1680), bijgenaamd The Monkey en tevens graaf van Rochester aan het hof van Charles II. Diverse onderzoekers met een artistieke en/of wetenschappelijke achtergrond pogen het mentale, intellectuele en tactiele universum van de Monkey te reconstrueren vanuit drie invalshoeken: 1. een kunsthistorische waarbij gepoogd wordt de visuele grammatica van de barok (en haar transhistorische doorwerking) bloot te leggen 2. een filosofische invalshoek waarbij gepeild wordt naar de invloed van diverse dissidente intellectuele stromingen in het zeventiende-eeuwse Europa en 3. een wetenschapshistorische waarin gepeild wordt naar de kennistheoretische invloed van diverse wetenschappelijke ontwikkelingen op het toenmalige visuele regime. Het werk van de Monkey zal dus radicaal ingebed worden in diens leefwereld. Op basis van de bevindingen die dit cultuurhistorisch onderzoek oplevert wordt een interface aangemaakt die op een speelse wijze - conform de barokke poëtica - die gegevens beschikbaar en vooral bruikbaar maakt. Die interface wordt het werkinstrument bij het eigenlijke artistieke onderzoek waarbij gepoogd zal worden de cultuurhistorische bevindingen concreet vorm te geven in een artistiek evenement. Dit project zal niet alleen resulteren in een aantal wetenschappelijke publicaties, maar ook in een doctoraat in de kunsten (Pol Dehert). 
Partners: Instituut Renaissance en Humanisme (VUB), Université de Paris X (Nanterre), Centrum voor wetenschapsgeschiedenis (Universiteit Gent) 
Contact: Pol DehertKarel VanhaesebrouckMaarten Vandyck 


Stempreventie bij lerare
n 

Tijdstraject: 1 oktober 2006 - 30 september 2010 
Promotoren: Linda Van Looy (VUB) en Bernadette Timmermans (EhB-Rits) 
Onderzoekers: Yannick Coveliers (EhB-RITS), Bernadette Timmermans (EhB-RITS). 
Financiering: BOAB-middelen 
Abstract: Deze studie heeft twee luiken: (1) in hoeverre kunnen de lerarenopleiders zelf actief betrokken worden bij de preventie van stemproblemen (2) wat is het effect van een stemmodule op de stemkwaliteit van toekomstige leraren. De lerarenopleiders & mentoren worden getraind om stemproblemen perceptueel te herkennen zodat zij zelf een minder goede stemkwaliteit kunnen detecteren bij de studenten. De resultaten van deze auditieve training worden vergeleken met de resultaten van een expertengroep van logopedisten en een controlegroep die geen auditieve training krijgt. Zo wordt het effect van deze training bepaald en wordt duidelijk in hoeverre de lerarenopleiders & mentoren voor de detectie van stemproblemen kunnen instaan. 
De vier fasen van een bestaand trainingspakket "test - theorie - training - transfer" worden aangepast aan de specifieke noden van de lerarenstem en op punt gezet voor de lerarenopleiding. De aangepaste theorie en trainingsfase wordt aan een effectenonderzoek onderworpen. Een 50-tal studenten van de lerarenopleidingen van de VUB worden bij dit onderzoek betrokken. In een eerst jaar krijgt trainingsgroep groep A drie uur theorie en drie uur training en de andere trainingsgroep B drie uur theorie en training samen. Een controlegroep van 50 studenten krijgt theorie noch training. Dit onderzoek stelt de 'dosage' therapie in vraag: hoeveel uren training moet gegeven worden om een minimale verbetering in stemkwaliteit en stemtechniek te bekomen? 
Partners: Vrije Universiteit Brussel 
Contact: Bernadette Timmermans 

Subversiviteit. Een transhistorisch en interdisciplinair onderzoek 

Tijdstraject: 1 oktober 2006 - 30 september 2008 
Projectleider: Pol Dehert (Ehb-RITS, IDeA) 
Onderzoekers: Lieven De Cauter (EhB-RITS, IDeA), Ruben De Roo (EhB-RITS, IDeA), Klaas Tindemans (EhB-RITS, IDeA), Jan De Pauw (EhB-RITS, IDeA), Geert Opsomer (EhB-RITS, IDeA), Martine Ketelbuters (EhB-RITS, IDeA), Tim Martens (EhB-RITS, IDeA), Stef De Paepe (EhB-RITS, IDeA), Dirk Verstockt, Karel Vanhaesebrouck (EhB-RITS, IDeA), Marc Lybaert (EhB-RITS, IDeA). 
Financiering: Academiseringsmiddelen EhB 
Abstract: Twee jaar lang zal een groot deel van de onderzoeksgemeenschap van het RITS zich buigen over de inhoud en mogelijke inzetbaarheid van de notie "subversiviteit" binnen, in en buiten de kunstpraktijk. Artistiek en niet-artistiek personeel zullen binnen dit kader intensief samenwerken. Het onderzoeksproject koppelt dan ook een uitgebreide theoretische reflectie op de praktijk (theorie van de praktijk) aan doorgedreven artistiek onderzoek dat zich concreet zal uitkristalliseren in een aantal specifieke onderzoeksvragen en dat deels plaats zal vinden binnen een aantal nieuw in te richten vrije ateliers, voor en met studenten (praktijk van de theorie). Hierbij zullen drie artists-in-residence (Kendell Geers, Abattoir Fermé, OKNO gekoppeld worden aan het artistieke en niet-artistieke onderzoekspersoneel van het departement. Daarenboven zullen een aantal reguliere opleidingsonderdelen zich op dit project enten. Daarnaast wordt een cel 'archivering en documentatie' opgericht die niet alleen het volledige onderzoekstraject zal archiveren, maar tevens onderzoek zal verrichten omtrent narrativiteit. Dit brede, interdisciplinaire onderzoeksproject zal twee jaar in beslag nemen (de academiejaren 2006-2007 en 2007-2008) en zal niet alleen resulteren in een aantal publicaties van diverse orde, de resultaten zullen ook in het najaar van 2008 uitgebreid voorgesteld worden tijdens een tweedaags festival. 
Partners: OKNO, Kendell Geers, Abattoir Fermé, De Buren, Beursschouwburg.. 
Contact: Ruben De Roo 

RE:RESEARCH. Onderzoek naar de specificiteit van artistiek onderzoek 

Tijdstraject: 1 oktober 2006 - 30 september 2008 
Projectleider: Dieter Lesage (Ehb-RITS, IDeA) 
Onderzoekers: Dieter Lesage (Ehb-RITS, IDeA), Lieven De Cauter (EhB-RITS, IDeA), Klaas Tindemans (EhB-RITS, IDeA), Jan De Pauw (EhB-RITS, IDeA), Geert Opsomer (EhB-RITS, IDeA), Martine Ketelbuters (EhB-RITS, IDeA), Tim Martens (EhB-RITS, IDeA). 
Financiering: Academiseringsmiddelen EhB; Eurolecture Gastdozentur (Alfred Toepfer Stiftung F.V.S. Hamburg); AiR Programm/quartier21, MuseumsQuartier Wien; freiraum/quartier21, MuseumsQuartier Wien, Universitätsgesellschaft Lüneburg e.V., Rektorat der Akademie der bildenden Künste Wien; AS/MuhKA Antwerpen. 
Abstract: De academisering van de twee cycli-opleidingen in de artistieke studiegebieden van het Vlaams hoger onderwijs betekent dat het onderwijs in de bachelor- en masteropleidingen in deze studiegebieden op onderzoek gebaseerd moet zijn indien zij als 'academisch' geaccrediteerd wensen te worden. Aangezien het in deze te academiseren opleidingen om artistieke opleidingen gaat, is daarbij door betrokken kunsthogescholen en kunstdepartementen gesteld dat het hierbij in de eerste plaats moet gaan om artistiek onderzoek. Nu blijkt het concept 'artistiek onderzoek' voorwerp van controverse vanuit verschillende hoeken. Vanuit academische hoek wordt wel eens de objectie gemaakt dat onderzoek 'wetenschappelijk' moet zijn, dat alleen 'wetenschappelijk onderzoek' op objectiviteit aanspraak kan maken, dat alleen 'wetenschappelijk onderzoek' namelijk 'falsifieerbaar' is, d.w.z. op haar aanspraken getoetst kan worden door 'peers'. Vanuit artistieke hoek wordt gevreesd dat het concept van 'artistiek onderzoek' slechts zinvol is voor een welbepaald soort kunst. Het project RE:RESEARCH wil proberen de specificiteit van artistiek onderzoek te definiëren. Op die manier wil RE:RESEARCH de legitimiteit van 'artistiek onderzoek' bepleiten in een project dat drie types van onderzoeksactiviteiten organisatorisch (en organisch) aaneenschakelt: reflecteren, tentoonstellen & performen, publiceren. 
Partners: Institut für Kulturtheorie aan de Leuphana Universität Lüneburg, Institut für Kunst und Kulturwissenschaften aan de Akademie der bildenden Künste Wien en Freiraum/quartier21, MuseumsQuartier Wien.

Contact: Dieter Lesage

De verbeelding van de kledij 

Tijdstraject: 1 oktober 2006 - 30 september 2007 
Projectleider: Dirk Lauwaert (EhB-RITS) 
Onderzoeker: Dirk Lauwaert (EhB-RITS) 
Financiering: Academiseringsmiddelen EhB 
Abstract: In de filmstudie is de rol van de kostumering een weinig onderzocht terrein. Nochtans speelt het in de opbouw van elementaire informatie rond personages en situaties een cruciale rol. De kledij in film is bovendien een vervormde spiegel van de kledij in de samenleving. Filmkledij tilt net als modefotografie de kledij op tot een mythisch niveau waar niet meer de praktische problemen van het zich kleden, maar de imaginaire dimensie ervan op de voorgrond staat. Het onderzoeksproject "PicturingFashion", dat reeds aan zijn derde jaar toe is, wordt gefaseerd in jaarlijkse projecten, telkens rond één deelthema afgesloten met een symposium en een essay. In januari 2004 liep in het Filmmuseum Antwerpen een symposium over de kledij van de Italiaanse diva van de jaren '10, in april 2005 liep op dezelfde plaats het symposium rond de kledij van Audrey Hepburn. In 2006 is opnieuw een project gepland rond de kostumering van Louise Brooks. Er bestaat een website van het project: http://www.picturingfashion.com/ 
Partners: Modemuseum Antwerpen, Filmmuseum Antwerpen. 
Contact: Dirk Lauwaert 

Een interdisciplinair onderzoek naar de creatie-, toepassings- en presentatiemogelijkheden van audiovisuele creaties in een multimediale context 

Tijdstraject: 1 oktober 2005 - 30 september 2006 
Projectleider: Marc Lybaert (EhB-RITS, IDeA) 
Onderzoekers: Tim Martens (EhB-RITS, IDeA), Marc Lybaert (EhB-RITS, IDeA), Herman Van Eycken (EhB-RITS), Dirk Gryspeirt (EhB-RITS), Stefaan Decostere (Cargoweb vzw), Lieve Demayer (EhB-RITS), Jan De Pauw (EhB-RITS, IDeA). 
Abstract: Opzet van het onderzoeksproject is het zoeken naar mogelijke contexten en presentatiemodaliteiten waarin verschillende uitdrukkingsvormen van audiovisuele creaties kunnen aangeboden worden. Onderliggende premisse hierbij is een groeiend besef van de wenselijkheid en zelfs noodzaak van aangepaste omgevingen naargelang de aard en inhoud van audiovisuele en multimediale creaties. Speciale aandacht hierbij gaat uit naar nieuwe mediale overgangsgebieden en hoe deze zich verhouden tot de gebruiker, m.a.w. welk effect ze ressorteren op de ervaring en de omgang met de aangeboden content. Deze vraagstelling zal concreet onderzocht worden aan de hand van een aantal artistieke onderzoeksprojecten die elk een of meerdere aspecten van deze problematiek belichten. (1) Workshops Nieuwe Media (Stefaan Decostere). Uitgangspunt van deze workshops is een poging om een antwoord te bieden op de vraag naar vernieuwing van de audiovisuele sector, vooral in het gebruik van nieuwe vormen van communicatie, expressie en digitale benadering. Centrale concepten van waaruit vertrokken wordt, zijn instant media, easy content, readyware en play. (2) O_Rex (Marc Lybaert): Aan de hand van een multimediale bewerking van een sleutelstuk uit de Griekse tragediegeschiedenis wordt de vraag gesteld naar de meest geschikte vorm om dit verhaal vandaag verteld te krijgen. Dit interdisciplinair onderzoeksproject (in samenwerking met de Afdeling Dramatische Kunsten en CREW vzw / Eric Joris) wordt gekoppeld aan het gebruik van nieuwe media. (3) Xlair (Lieve Demayer). De context voor dit onderzoek is de praktijk van de internetradio en de constatatie dat het radiogebeuren in een multimediaal tijdperk zich meer en meer richt op de geïndividualiseerde gebruiker. Hieruit wordt de vraag gedestilleerd naar de bestaansreden van (internet)radio en hoe deze zich verder kan profileren. (4) Jakob Lenz van Wolfgang Rihm (Dirk Gryspeirt): Vertrekkende vanuit de captatie van een hedendaagse operaproductie, wordt bevraagd in welke mate een live gebeuren kan vertaald worden naar een audiovisueel/ multimediaal eindresultaat. Bijzondere aandacht gaat hierbij naar het procesverloop van het creatief proces, contextualisering en de verhouding lineariteit-nonlineariteit. (5) Lessons in Film (Herman Van Eyken): Dit onderzoeksproject heeft als opzet een aantal ontmoetingen te organiseren tussen filmmakers met een internationale reputatie. Deze ontmoetingen worden geregistreerd en verwerkt in een multimediale DVD en wordt onderzocht hoe deze data ook on-line kan ontsloten worden. (6) Dorkbot (Jan De Pauw) Opzet is zoeken naar geschikte presentatievormen voor audiovisuele creaties. Dit gebeurt aan de hand van de maandelijkse publieksmomenten van Dorkbot. Topics die hierin zullen behandeld worden, zijn onder andere de problematieken rond database, taxonomie en synesthesie. 
Partners: Cargoweb, CREW, Ngee Ann Polytechnic (Singapore), CILECT 
Contact: Tim Martens 

Oedipous tijdgenoot? De tragedie, het tragische en het politieke 

Trajecttijd: 1 oktober 2004 - 30 september 2006 
Projectleider: Pol Dehert (EhB-RITS, IDeA) 
Onderzoekers: Pol Dehert (EhB-RITS, IDeA), Klaas Tindemans (EhB-RITS, IDeA), Stef De Paepe (EhB-RITS, IDeA), Karel Vanhaesebrouck (EhB-RITS, IDeA), Katrien Vuylsteke-Vanfleteren (EhB-RITS, IDeA), Jan Devos (EhB-RITS), Ruben De Roo (EhB-RITS, IDeA). 
Financiering: Academiseringsmiddelen EhB, Fonds voor wetenschappelijk onderzoeke - Vlaanderen (FWO), CREW vzw, Université de Paris X - Nanterre, KVS. 
We zoeken in de tragische tradities - van de Attische tragedie, over het Elisabethaanse treurspel, de tragédie classique en het romantische Trauerspiel heen, tot bij de anti-tragedies van Heiner Müller - naar de sociale en politieke radicaliteit én naar de gelijktijdige twijfel over het vermogen van de mens om zijn samen-leven vorm te geven. Het project bestaat uit verschillende onderdelen: 1. een reeks lezingendagen voor onderzoekers en studenten (de zogeheten 'tragische dagen'), 2. een onderzoeksatelier onderleiding van Stef De Paepe en Eric Joris (CREW) over het tragische en multimedia, in samenwerking met de Universiteit Antwerpen, 3. een seminarie omtrent genocide, geweld en tragedie in samenwerking met KVS, Groupov en het Conservatorium van Luik, 4. diverse theaterhistorische publicaties van individuele onderzoekers, 5. actieve deelname aan een onderzoeksseminarie omtrent theatraliteit en soevereiniteit (Universiteit Antwerpen), 6. een onderzoeksatelier omtrent de verhouding van het tragische tot de hedendaagse Amerikaanse maatschappij, 7. een dramaturgisch onderzoek omtrent de Oresteia van Johan Simons (NTGent), 8. een internationaal colloquium in samenwerking met VUB, Paris X en KUL en 9. een internationale boekpublicatie. 
Partners: VUB, KUL, UA, Paris X - Nanterre, KVS, Conservatoire de Liège, NTGent, CREW 
Contact: Karel Vanhaesebrouck 

Performing Theory : over de relaties tussen analytisch denken en artistieke presentatie 

Tijdstraject: 1 oktober 2005 - 30 september 2006 
Projectleider: Dieter Lesage (EhB-RITS, IDeA) 
Onderzoekers: Dieter Lesage (EhB-RITS, IDeA), Lieven De Cauter (EhB-RITS, IDeA), Jan De Pauw (EhB-RITS, IDeA).
Financiering: Academiseringsmiddelen EhB 
Abstract: Onder de noemer 'Performing Theory' wordt de vraag behandeld hoe theoretische analyse en artistieke synthese zich (kunnen) verhouden. Deze overkoepelende vraag omvat uiteenlopende problematieken die alle verband houden met de 'ontrafeling' die plaatsvindt in de ene operatie (theorie), en de 'compressie' die eigen is aan de andere (kunst). De overbrugging van beide tegengestelde dimensies werpt vraagstukken op inzake exactheid, controleerbaarheid en transparantie enerzijds, en idiosyncratie, metaforiek en poëzie anderzijds. Niet alleen de verschillende grammatica's zijn trouwens van tel. Ook de locus van de ontmoeting tussen beide dimensies is belangrijk. Het gaat hierbij concreet om de vraag welke nieuwe presentatievormen en contexten kunnen ontwikkeld worden om het contact tussen beide registers vruchtbaar te laten zijn. Het onderzoeksproject 'Performing Theory' zal deze problematieken op diverse manieren belichten. Zowel vanuit historiserend-exegetisch perspectief, als vanuit experimenteel oogpunt zullen aspecten van de genoemde problematieken worden behandeld. Verschillende sleutelconcepten zullen daarbij uitvoerig bestudeerd worden. Elk van de leden van het onderzoeksteam neemt daarbij een aantal van die concepten voor zijn rekening. (1) populisme: met Jan Blommaert kan populisme gedefinieerd worden als een 'spreekregime'. Dieter Lesage zal nagaan in welke mate Blommaerts concept van populisme opengetrokken kan worden en populisme niet gezien moet worden als een 'presentatieregime'. Daarbij zal onderzocht worden of en hoe het 'performen' van theorie onder het populistische regime uit kan komen. (2) heterotopie: een onderzoek naar de andersheid van "culturele sfeer" tegenover de economische en politieke sfeer. Vanuit de Griekse Polis, die fundamenteel is voor het zelfverstaan van de westerse cultuur, worden parallellen getrokken met het heden. Case: De plaats van het theater in Athene. (3) plausibiliteit: over 'geheime geschiedenissen' en idiosyncratie als organisatiebeginsel in geschiedschrijving. De notie plausibiliteit vs. verifieerbaarheid 
Contact: Dieter Lesage 

Stemproblemen bij high quality speakers en bij high load speakers 

Tijdstraject: 1 oktober 2004 - 30 september 2006 
Promotoren: Paul Van de Heyning (NKO-arts UA), Marc de Bodt (logopedist UZA) 
Onderzoeker: Bernadette Timmermans (EhB-RITS) 
Financiering: Academiseringsmiddelen EhB 
Abstract: Gezien de professionele stemgebruiker zijn/haar stem nodig heeft bij de uitoefening van zijn/haar beroep, kunnen we verwachten dat zij - omdat ze veelvuldig beroep doen op de stem - ooit geconfronteerd kunnen worden met stemproblemen. In een eerste deel zoeken we naar preventieve programma's voor high quality sprekers (sprekers uit de mediawereld en theaterwereld). Evidence based medicine is noodzakelijk, er wordt dus ook aangetoond of preventie zinvol is. In een tweede deel benaderen we de high load sprekers (leerkrachten). Ook hier zoeken we naar bestaande programma's en willen we een begin maken van evidence based onderzoeken. Deze zijn tot vandaag onbestaande. Deel twee van dit project loopt in samenwerking met het Inserm (Institut national de la santé et de la recherche médicale, Paris). Het Inserm werkt met 9 experten (België, Nederland en Frankrijk) om samen een expertiserapport te schrijven. Stemproblemen komen veelvuldig voor bij leerkrachten (high load sprekers). De psychologische en economische gevolgen van dit fenomeen zijn niet gering. 
Partners: INSERM (Institut national de la santé et de la recherche médicale, Paris) 
Contact: Bernadette Timmermans 

RITSONLINE 

Tijdstraject: 1 oktober 2004 - 30 september 2005 
Projectleider: Marc Lybaert (EhB-RITS, IDeA) 
Onderzoekers: 
Financiering: Academiseringsmiddelen EhB 
Abstract: 
Partners: 
Contact: Tim Martens 

Lessons in film 

Tijdstraject: 1 oktober 2004 - 30 september 2005 
Projectleider: Marc Lybaert (EhB-RITS, IDeA) 
Onderzoekers: Herman Van Eycken (EhB-RITS) 
Financiering: Academiseringsmiddelen EhB 
Abstract: 
Partners: CILECT, Ngee Ann Polytechnic (Singapore), National Taiwan University of the Arts (Taiwan), Columbia College Chicago, Chap Freeman (USA), LaFemis (France), Hochschule für Fernsehen und Film (Germany, Munich). 
Contact: Tim Martens 

Let's go outside. Theater, performance en outsiderkunst. 

Tijdstraject: 1 oktober 2003 - 30 september 2005 
Projectleider: Pol Dehert (RITS-EhB, IDeA) 
Onderzoekers: Pol Dehert (RITS-EhB, IDeA), Frederik De Preester (Museum Dr. Guislain), Don Verboven, Benjamin Verdonck, Marijs Boulogne, Manah Depauw, Stef De Paepe (RITS-EhB, IDeA), Dominique Van Malder, Karel Vanhaesebrouck (RITS-EhB, IDeA), Katrien Vuylsteke - Vanfleteren (RITS-EhB, IDeA) 
Financiering: Academiseringsmiddelen EhB, Theater Antigone (Kortrijk), Beursschouwburg, La Condition Publique (Roubaix) 
Abstract: Centraal in dit project staat de zoektocht naar de ultieme grens van het spelen, de grens tussen genialiteit en controleverlies of waanzin, naar het dunne koord waarop Antonin Artaud lange tijd wist te balanceren om er uiteindelijk toch van te vallen, wars van alle exotisme of sensatiezucht. De notie outsider hoeft dan ook niet al te letterlijk genomen te worden. Die dient eerder als een metafoor beschouwd te worden voor een opleiding en filosofie waarin generositeit en expressie sleutelwoorden zijn, waarin kunstenaars met beide voeten in het leven staan, maar daarom geenszins braaf binnen het kadertje kleuren. Binnen dit project verrichten studenten, pas afgestudeerden en professionelen binnen een gemeenschappelijke onderzoeksomgeving onderzoek verrichten. Gedurende ruim twee maanden zal de afdeling haar neerpoten in La Condition Publique in Roubaix. Samen met jonge makers als Don Verboven, Marijs Boulogne en Dominique Van Malder zullen de studenten op zoek gaan naar de rekbaarheid van hun theatrale kader - kaders van artistieke en van institutionele aard. De resultaten van de verschillende onderdelen worden gebundeld in een modulaire festivalformule die in samenspraak met de verschillende participanten aangevuld zal worden met een gedegen contextprogramma. De resultaten worden achtereenvolgens in Roubaix (La Condition Publique), Brussel (Beursschouwburg), Kortrijk (Theater Antigone) en Gent (Nieuwpoorttheater, Victoria) getoond. 
Partners: La Condition Publique (Roubaix), Beursschouwburg Brussel, DASTheater, Museum Dr. Guislain, Theater Antigone (Kortrijk), Victoria, Nieuwpoorttheater, VAF. 
Contact: Karel Vanhaesebrouck 

David Mamet 

Tijdstraject: 1 oktober 2003 - 30 september 2005 
Projectleider: Pol Dehert (RITS-EhB, IDeA) 
Onderzoekers: Pol Dehert (RITS-EhB, IDeA), Jan Devos (RITS-EhB), Klaas Tindemans (RITS-EhB, IDeA), Ronald Geerts (VUB), Karel Vanhaesebrouck (RITS-EhB, IDeA), Jan Geers. 
Financiering: Stimuleringsfonds EhB, OZR VUB. 
Abstract: Het eigenlijke project bestaat uit drie onderdelen (respectievelijk Edmond, de verfilming van narratief materiaal en de publicatie) die hieronder uitvoerig toegelicht worden. Met het oeuvre van David Mamet als uitgangspunt kunnen verschillende parameters van de artistieke creatie in de time-based art onderzocht worden: theatraal materiaal (drama van Mamet, proza van Raymond Carver), contexten van performance (de toneelscène, de filmset - locatie versus studio) en creatieve functies (acting, writing, directing) en - dat vooral - de betrokkenheid van die parameters op elkaar, zowel in productioneel als in artistiek opzicht. Het onderzoekswerk situeert zich concreet op drie niveaus: (1) In een eerste fase gaan de onderzoekers aan de slag met Edmond van David Mamet en onderzoeken zij hoe hetzelfde materiaal functioneert binnen een multidisciplinaire context en doorheen verscheidene media. Deze eerste fase is een interdisciplinair onderzoek naar de essentie van het spelen in al zijn geledingen en werd met een zestal publieke toonmomenten in maart 2004 in de Bottelarij afgesloten. (2) In een tweede fase wordt gewerkt met een aantal kortverhalen en/of scenario's van diverse auteurs die voortbouwen op of linken leggen met het oeuvre van Mamet. Dat materiaal wordt onder begeleiding van de onderzoekers getransponeerd naar het beeldscherm. Ook hier wordt onderzocht hoe narratieve matière brute, die nauw verbonden is met de hedendaagse Amerikaanse geschiedenis, functioneert binnen de context van een ander time-based medium. (3) Een wetenschappelijke reflectie en een kritisch discours begeleiden deze productieprocessen én zorgen voor een bredere academische context. 
Partners: VUB 
Contact: Karel Vanhaesebrouck 

Non-lineaire media en performance. Onderzoek naar de narratieve verbindingen tussen publiek, (projectie)scherm en (theater)vloer, zoal uitgewerkt in de case Chubby Chess 

Tijdstraject: 1 oktober 2002 - 30 september 2003 
Projectleider: Dieter Lesage (RITS-EhB, IDeA) 
Onderzoeker: Jan De Pauw (RITS-EhB, IDeA) 
Financiering: Stimuleringsfonds EhB 
Abstract: Non-lineaire systemen zijn in essentie gebouwd volgens een modale logica. 'Als' deze of gene voorwaarde wordt vervuld, 'dan' volgt deze of gene ontwikkeling. De narratieve consequentie van dergelijke logica is dat non-lineaire systemen geen gegarandeerde 'closure' zullen bereiken, wat hen meteen als live performance oninteressant maakt. Levende kunsten bestaan namelijk volgens de premisse dat het publiek samen mét het verhaal een kathartisch moment zal beleven. Het publiek is, hoe contradictorisch het ook moge klinken, in grote mate overbodig binnen de narratieve structuren van de podiumkunsten. Elk verhaal bereikt hoe dan ook zijn doel. In non-lineaire systemen daarentegen krijgt het publiek (de 'spelers') de verantwoordelijkheid over de narratieve dimensies en kracht van het gebeuren. Deze dimensies zijn totnogtoe evenwel nooit in kaart gebracht. Aan de hand van een casus als Chubby Chess - dat we als persoonlijk onderzoek in een eerste faze hebben ontwikkeld - willen we onderzoeken op welke wisselwerkingen tussen publiek, presentatie, podium/drager een geslaagde performance is gebouwd. We onderzoeken dus niet alleen de narratieve problematieken van het non-lineaire, maar ook de essentiële kracht van een geslaagde performance. 
Contact: Jan De Pauw

Rits - Dansaertstraat 70 - 1000 Brussel - Telefoon: +32 (0)2 507 14 11

| Homepage | Contact  | Ritscafe | Studentenmail | Docentenmail | Favorieten