De schrijfopleiding wil enerzijds het inhoudelijke aspect benadrukken, anderzijds de middelen verschaffen om de inhoud in een boeiend narratief systeem te ontwikkelen.
Het inhoudelijke aspect wordt gestimuleerd via research en reflectie, de studie van de narratieve systemen is tweeledig: de traditie van de narratieve technieken en eveneens de hedendaagse vormen worden gesitueerd in een globale context, zijnde de studie van de werkelijkheid en wereldbeeld. Hierdoor kunnen de studenten op een zinvolle en doordachte manier met narratieve structuren omgaan.
De positie van een scenarist of toneelschrijver verschilt van productie tot productie. Ofwel neemt hij het initiatief en werkt hij 'in grote vrijheid' ofwel werkt hij samen met een regisseur en/of producent ofwel maakt hij deel uit van een scenaristenploeg (meer specifiek voor televisie) en moet hij dus zeer gericht kunnen werken voor een zeer specifieke doelgroep.
De opleiding bereidt de student voor op deze diversiteit opdat hij in verschillende werkomstandigheden kan functioneren en opdat hij tevens rekening kan houden met de verschillende doelgroepen.
De student krijgt een brede waaier van opleidingsonderdelen. Er wordt gestreefd naar een juist evenwicht tussen theoretische vakken en schrijfateliers. De student wordt tevens geconfronteerd met docenten uit verschillende disciplines die tevens andere benaderingen hanteren inzake schrijven. Dit moet de student stimuleren om een eigenheid te vinden, zowel inhoudelijk als narratief.
Ideaal gezien moet de student over de capaciteiten beschikken om voor 'de markt' te kunnen werken maar moet hij tevens over de capaciteiten beschikken om 'de markt' te kunnen veranderen.