H.R.I.T.C.S.

Eind 1962 ging in Brussel het Hoger Rijksinstituut voor Cultuurspreiding HRITCS van start als het Vlaamse antwoord op het franstalig initiatief om een filmschool op te richten. De naam van de nieuwe school klonk inderdaad als een ietwat pompeuze vertaling van dat Institut National Supérieur des Arts du Spectacle et Techniques de Diffusion, door iedereen gewoon INSAS genoemd.
Bedoeling was alleszins om ook in Vlaanderen volwaardige opleidingen aan te bieden in toneel, film, televisie en radio. De televisie was nog vrij jong en de vraag naar echte beroepsmensen was zeer groot.

HRITCS en INSAS deelden spoedig de gebouwen in de Naamse Straat, een “cohabitation” die dertig jaar zou duren.
De leiding van het HRITCS werd toevertrouwd aan de jurist-acteur Rudi Van Vlaenderen, die er gedurende tien jaar directeur zou zijn.
In het docentencorps van dit eerste decennium noteren we veel gerenommeerde namen uit de toneel-, televisie- en filmwereld van toen: Emile Degelin en Roland Verhavert, Tone Brulin, Lydia Chagoll, Maurice De Wilde, Paul Louyet, André Poppe, Jo Röpcke, maar ook Karel Jonckheere, Ivo Michiels, Jaap Kruithof en Herman Balthazar.

De eerste diploma’s werden uitgereikt in 1966. Onder de eerste afstuderenden enkele inmiddels bekende namen, zoals Pierre Drouot en Paul Collet, Guido Henderickx, Gilbert Deflo, Eric De Kuyper.

In de jaren zeventig werd Maurice Denayer directeur. Echt dynamisch ging het er vanaf dan niet meer aan toe. Onder zijn jarenlange leiding, zogezegd wel ad interim, zou er nauwelijks iets veranderen. De belangrijkste evolutie leek wel het groeiend aantal studenten. Jammer genoeg groeiden de werkingsmiddelen nooit echt mee zodat de school gaandeweg meer en meer de theoretische toer op ging en studenten

in de jaren tachtig nog maar weinig voeling hadden met de praktijk. Toch zou het RITCS (de H was inmiddels weggevallen) voor elke generatie talenten afleveren die het zouden maken, zoals bijvoorbeeld Stijn Coninx en Eric Van Looy, of een Arne Sierens. Maar er waren evenveel studenten die de school in deze periode teleurgesteld achterlieten.

Na een korte periode met Jo Röpcke als directeur kwam de school begin jaren negentig onder de leiding van Frank Roos, een ingenieur van vorming. Frank Roos trok nieuwe mensen aan om de school haar elan terug te geven. Stijn Coninx, die na het geweldige succes van de film Daens een echte vedette was geworden, werd gevraagd om de artistieke leiding waar te nemen.
Coninx kende als geen ander zowel de filmwereld als die van het theater, en haalde op korte tijd een groot aantal nieuwe docenten naar de school; die was inmiddels gewoon RITS gaan heten, een roepnaam zonder meer, en niet langer een afkorting.

In 1995 werd het RITS als gevolg van het Hogescholendecreet één van de departementen van de Erasmushogeschool Brussel.