Marc KONINCKX

(Brussel, 1956)

Marc Koninckx studeert beeld-geluid-montage aan het RITCS. Onmiddellijk na zijn afstuderen in 1978 werkt hij als camera-assistent in België, Nederland en Groot-Brittannië. In 1985 debuteert hij als cameraman en steadicam operator in Paul Verhoevens “Flesh and Blood”. Koninckx is één van de eerste en meest getalenteerde Europese steadicam operators.
In de jaren tachtig en negentig is hij cameraman en hanteert hij gezwind de steadicam in films van Fons Rademakers (het oscar winnende “De Aanslag”, 1986), Louis Malle (“Au revoir les enfants”,  1988 en “Damage”, 1992), Roman Polanski (“Frantic”, 1988), Patrice Chéreau (“La Reine Margot”, 1994), Claude Berri (“Germinal”, 1993), Bertrand Tavernier (“Merci la vie”, 1991), Marc Caro & Jean-Pierre Jeunet (“La Cité des enfants perdus”, 1995) en Bernardo Bertolucci (“Stealing Beauty”, 1996).
Vanaf 1993 assisteert Koninckx illustere Directors of Photography zoals Owen Roizman, Juan Ruiz Anchia, Darius Khondji en Philippe Rousselot. Sinds 1996 werkt Marc Koninckx als volwaardig director of photography en is hij lid van de gerenommeerde AFC, Association Française des directeurs de la photographie Cinématographique. Als DOP doorkruist hij Afrika en het Midden-Oosten. In 2008 wordt de door hem gefilmde “Johnny Mad Dog”
(regie : Jean-Stéphane Sauvaire) bekroond in de sectie “Un certain regard” van het filmfestival van Cannes. Dit ontluisterend drama over een Afrikaanse kindsoldaat wordt ook geselecteerd voor het Sundance filmfestival en voor het filmfestival van Deauville waar hij bekroond wordt met de Prix Michel D’Ornano.

 

Christophe VAN ROMPAEY

(Gent, 1970)  

Christophe Van Rompaey studeert filmregie aan het RITS en behaalt er zijn masterdiploma in 1994. Hij regisseert bekroonde kortfilms zoals “Grijs” (1996), “Ex.#N°1870-4” (2000) en “Oh My God ?!” (2001). VanRompaey is eerste assistent-regisseur bij o.m. Vincent Bals “Man van Staal” (1999), Jan Verheyens “Team Spirit” (2000) en diens “Alias” (2001). In 2001 produceert (samen met Anja Daelemans) en monteert (samen met Alain Dessauvage) hij de met een oscar genomineerde kortfilm van Dirk Beliën, “Fait d’hiver”.
Voor televisie regisseert hij afleveringen van de televisieseries “Team Spirit” en “Vermist”. Hij realiseert trailers voor o.a. Erik Van Looy’s “De Zaak Alzheimer” en  muziekclips voor Jan Leyers’ “Only Your Love Will Do” en Hooverphonic’s “Club Montepulciano”. 
Met “Aanrijding in Moscou” (2007) maakt Christophe Van Rompaey zijn opmerkelijk en fel gesmaakt langspeelfilmdebuut. Deze ontroerende en geestige tragikomedie wordt wereldwijd vertoond en bekroond. Het authentieke  “Moscow, Belgium” wint in de Semaine de la Critique in Cannes de SACD-scenarioprijs en de Rail d’or voor beste film.
De film is ook goed voor de Krzysztof Kieslowski award in Denver (USA) en wordt genomineerd of bekroond op de filmfestivals van Sao Paulo, Zürich, Minsk, Palic (Servië), Fantasporto (Portugal), Lagow (Polen),…. De soundtrack van de film (gecomponeerd door Tuur Florizoone) wordt genomineerd voor een European Film Award.
Christophe Van Rompaey ontwikkelt diverse filmprojecten waaronder een verfilming van Peter Terrins roman “Blanco”.

 

Gerda DIDDENS

(Mechelen, 1947)

Gerda Diddens studeert filmrealisatie aan het RITCS. Ze begint haar carrière zowel in Vlaamse als in Franstalige films : assistent-montage, script-girl, en regie- assistente.
Daarna wordt ze chef de file in casting van kleine rollen en kinderrollen in talrijke Belgische films met auteurskwaliteit en internationale uitstraling (« Toute une nuit », 1983, “Nuit et jour”, 1991 en “Demain on déménage”, 2004 van Chantal Akerman, « Babel-Opéra”, 1985 en “L’Oeuvre au noir” van André Delvaux, “Toto le héros”, 1991, “Le HuitrH Huitième Jour”, 1997 en “Mr. Nobody”, 2009 van Jaco Van Dormael, “Dust”, 1985 en “Sur la terre comme au ciel”, 1992 van Marion Hänsel, “Max et Bobo”, 1998 en “Une liaison pornographique”, 1999 van Frédéric Fonteyne, “Meisje”, 2002 van Dorothée Van den Berghe, “Villa des roses”, 2002 van Frank Van Passel.
Buitenlandse regisseurs ontdekken Belgische acteurs en vragen haar de Belgische rollen te casten voor internationale en soms gelauwerde Europese coproducties onder anderen “Saint-Cyr” (2000) van Patricia Mazuy, “Le Couperet” (2005) van Costa-Gavras en het Oscar winnende “No Man’s Land” (2001) van Danis Tanovic. Meest recente castings : “Ultranova” (2005) van Bouli Lanners, “Odette Toulemonde” (2006) en ”Oscar et la Dame Rose” (2009) van Eric-Emmanuel Schmitt, “J’aurais toujours voulu être une sainte” (2003) van Geneviève Mersch, de trilogie (« Cavale », « Un Couple épatant », « Après la Vie », 2002), “La Raison du plus faible (2006) en « Rapt ! » (2008) van Lucas Belvaux, « Unspoken » van Fien Troch (2008), etc…

 

Dirk GRYSPEIRT

(Leopoldstad, Belgisch Congo, 1946)

Dirk Gryspeirt studeert in 1968 af aan de filmafdeling van het RITCS. Tijdens zijn filmstudies toont hij al zijn grote passie voor muziek, opera en dans. Hij studeert ook klassieke dans aan de studio van de Muntschouwburg. 
Na zijn afstuderen is hij verbonden als danser aan de Koninklijke Opera in Gent en aan Le Ballet Contemporain in Brussel. Vanaf 1972 werkt hij als regisseur voor de openbare televisie waar hij concerten en opera’s, zowel originele BRTproducties als eigenzinnige captaties realiseert (o.a “Livietta e Tracollo” en “La Serva Padrone” van Pergolesi, uitgevoerd door La Petite Bande van Sigiswald Kuijken in 1986 en “Orphée aux Enfers” van Jacques Offenbach in de Muntschouwburg in 1997). Daarnaast is Dirk Gryspeirt actief als regisseur van jeugdprogramma’s waarbij hij zijn veelzijdig vakmanschap demonstreert.  Hij vertolkt zelf de rol van Pino, de vogel uit “Sesamstraat”, vervult de stemmenregie van de poppenserie “Malvira” en staat mee aan de wieg van die andere, legendarische muzikale poppenserie “Het Liegebeest”.
Dirk Gryspeirt is actief over taal- en landsgrenzen heen in de universele kunsten muziek en dans. Vanaf 1990 werkt hij nauw samen met het regisseurs-choreografenduo Nicole Mossoux en Patrick Bonté.  Eind jaren negentig realiseert Gryspeirt “De dans ontsprongen” een  bijzondere serie waarin de hedendaagse choreografie op een inventieve wijze wordt voorgesteld.
Na een jarenlang carrière verlaat Dirk Gryspeirt de VRT en kiest hij resoluut voor een rol als pedagoog in het RITS. Tot 2007 draagt hij op erudiete en minzame wijze zijn passie voor muzikale en dansante schoonheid in film en televisie over op studenten en collega’s.

 

Franz MARIJNEN

(Mechelen, 1943)

Franz Marijnen (°1943) studeert in 1967 met grote onderscheiding af aan de afdeling Toneelregie van het RITCS. Tijdens zijn studies is hij reeds actief als regisseur.
In het Mechels Miniatuur Theaterlaat  Marijnen een frisse, revolutionaire wind waaien met werk van Edward Albee, Fernando Arrabal en Edward Bond. In 1966 ontmoet hij in het INSAS, de illustere Poolse theatermaker Jerzy Grotowski.
In 1968 trekt hij zelf naar Polen om er met de theaterhervormer te werken. Terug in Vlaanderen probeert Franz Marijnen, onder andere met Tone Brulin zijn vernieuwende inzichten over theater toe te passen, maar de geesten zijn hier nog niet echt rijp voor een theater waarin de oprechtheid van de mens-acteur centraal staat. In de Verenigde Staten vindt Franz Marijnen de ideale omstandigheden waarin hij met een ‘heilige’ overgave aan de slag kan. In 1973 sticht hij er zijn eigen gezelschap Camera Obscura, waarmee hij vijf voorstellingen ensceneert die ook in Europa opzien baren (o.a. “Measure For Measure” en “Maldoror”). Voorstellingen die ‘vanuit het niets’ worden opgebouwd, dikwijls wel met klassieke teksten als vertrekpunt. Gelokt door het repertoiretheater voor de grote zaal sticht en leidt hij vanaf 1976 in Rotterdam het RO-theater, een nieuw gevormd en ook bemiddeld theaterensemble. In het RO-theater gaat Marijnen op zeer eigenzinnige wijze om met de grote theaterschriftuur (Shakespeare, Molière,…).
Ook werk van hedendaagse schrijvers (zoals Lars Norén) staan op zijn repertoire. Conflicten over infrastructuur en het verslechterde culturele klimaat in Rotterdam doen Marijnen opnieuw zijn vleugels uitslaan en hij regisseert afwisselend in Nederland, Duitsland, Italië en Vlaanderen. Zowel teksttheater, opera, operette als musical. In 1993 wordt Franz Marijnen intendant van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel. Hij werkt er verder aan wat hij zelf ‘de grote verhalen van de mensheid’ noemt (“Koning Lear”, “De Misantroop”, “Oedipus/In Kolonos” e.a.). Hij zet de KVSdeuren open voor de Franstalige gemeenschap en de Arabische cultuur.  
Een zeer moeizame verhouding met de overheid, en de aanslepende verbouwingsdossiers doen Franz Marijnen in 2001 besluiten om elders theater te maken.
Sindsdien werkt hij vooral bij het Nationale Toneel in Den Haag. Zijn bewerking van “Glenn Gould” (2009) wordt bejubeld en voor het nieuwe theaterseizoen 2009-2010 bereidt hij “Pier Paolo Pasolini” voor. Ondertussen heeft theaterman Marijnen ruim honderd theaterproducties op zijn naam staan.  

Rits - Dansaertstraat 70 - 1000 Brussel - Telefoon: +32 (0)2 507 14 11

| Homepage | Contact  | Ritscafe | Studentenmail | Docentenmail | Favorieten