Alumni Awards 2007

Guido HENDERICKX

(Antwerpen, 1942) 

Studeerde af aan de afdeling Film in 1967. Na zijn studies sluit Guido Henderickx zich aan bij Fugitive Cinema, het collectief met onder andere Robbe De Hert, die film ook als instrument voor sociale bewustwording wil gebruiken. Hij regisseert onder andere 'SOS Fonske' (1968), over een man die met geweld uit zijn huis wordt gezet, 'Little Red Riding Hood and the time bomb' en 'Dood Van een sandwichman' (1971), over de vroeg overleden en controversiële wielrenner Jean-Pierre Monséré. Daarnaast werkt hij tot midden jaren 70 voor de televisie als regisseur van documentaires en is hij actief als monteur van onder andere 'Home Sweet Home' (1973, Benoit Lamy), Camera Sutra (1973, Robbe de Hert), Ieder van Ons (Frans Buyens) en De Potloodmoorden (1982, G.L. Thys).In 1975 regisseert Guido Henderickx zijn eerste langspeelfilm, 'Verbrande Brug', het rauwe relaas van de sociale strijd in een volkswijk. In 1979 volgt 'De proefkonijnen', over arbeiders die onverantwoorde risico's moeten nemen om hun brood te verdienen. Guido Henderickx gaat zijn hele carrière verder met het eigenzinnig verzetten van bakens in de Vlaamse film en met het behandelen van de thema's die hem persoonlijk raken. In 1988 draait hij Skin, met Arno Hintjens en in 1998 het controversiële 'S'. In 1993 maakt hij in opdracht van de commerciële omroep VTM het sociale epos 'Moeder waarom leven wij', naar de roman van Lode Zielens.
In 2006 voert hij de regie van 'De koning van de wereld', een mini serie opnieuw in opdracht van VTM, naar een scenario van Marc Didden.Daarnaast is hij de bezieler, samen met Marc didden, van de filmafdeling van Sint-Lucas Brussel, waar hij de carrières van onder andere Dominique Deruddere en Frank Van Passel mee in de goede richting brengt.

Paul JAMBERS

(Antwerpen, 1945) 

Studeert af aan de filmafdeling in 1970.
Bijna één decennium werkt Paul als regisseur bij de openbare omroep, waar hij zich vooral bezig houdt met non-fictie. Toen al is hij niet bang voor de controverse en verkondigt hij dat de vorm - in dit geval de beelden en een inventieve regie - ook voor non-fictie tenminste even veel belang hadden als de inhoud. Hij onderscheidt zich dan ook door een zeer verzorgde beeldvoering en een absoluut niet-traditionele benadering van zijn onderwerpen.
Vanaf 1978 begint hij als televisiejournalist aan een tweede fase in zijn carrière. Ook hier probeert hij consequent een nieuwe, vormelijk zeer verzorgde benadering van zijn onderwerpen uit. En het Vlaamse publiek krijgt ook andere onderwerpen te zien. Als reactie op benaderingen uit de hoogte en belerende reportages met specialisten allerhande, vraagt Paul Jambers aandacht voor fenomenen als de Millet jassen en de mania rond de popgroep Clouseau. Lang voor het een beleidslijn wordt, is het voor hem een evidentie dat nieuws niet alleen belangrijk maar ook belangwekkend moet zijn. De grootte van de publieke respons is in tegenspraak met de controverse in de pers die zich afvraagt of een dergelijke benadering wel kan op een openbare omroep. En Paul vraagt zich meteen af of kijkcijfers misschien niet belangrijk zijn. Ook een vraag die velen zich pas jaren later durven stellen.
In 1989 grijpt Paul Jambers de kans om op de nieuwe commerciële omroep VTM in grotere vrijheid zijn ideeën rond televisie te verwezenlijken. Een van de resultaten is 'Jambers', een reportagemagazine waarin hij op een sterk geformatteerde manier zijn onderwerpen benadert. De televisiejournalistiek wordt opnieuw van binnenuit vernieuwd, want de reporter is niet langer een discrete muis en er wordt vinnig over en weer gediscussieerd. En opnieuw zijn de onderwerpen anders : de 'gewone' man krijgt met respect de gelegenheid om zijn zeg te doen, ook al strookt het niet met de algemeen geldende opvattingen.
Paul Jambers blijft als onafhankelijke producent programma's toeleveren, eerst via de N.V. Jambers, later via De Televisiefabriek, een bedrijf waarin hij een hele generatie televisiemakers verder zijn ideeën in de praktijk laat brengen. De Televisiefabriek wordt later deel van het concern Eyeworks en Paul trekt zich terug als leider, maar blijft op een eigenzinnige manier en met eenvoudige middelen televisie maken. Zijn ideeën rond televisie zijn ondertussen ook bij de beleidsmakers doorgedrongen. Dat de televisie en vooral de non-fictie op televisie er anders uitziet, is in grote mate het werk van Paul Jambers.

Jan DECORTE

(Wilrijk, 1950) 

Jan Decorte studeert in 1972 met de grootste onderscheiding af aan de afdeling toneel, met een lijvige thesis over de tragedie, meer bepaald Shakespeares 'Macbeth'.
Dan heeft hij al zijn eerste stappen gezet als auteur. In 1970 creëert theater Arca uit Gent 'Kosmika', voor die tijd naar vorm en inhoud al een merkwaardige voorstelling.
Jan Decorte blijft gedurende heel zijn carrière eigenzinnig bezig met theater, zowel in eigen producties als in de 'gevestigde' toneelhuizen. In de jaren zeventig is hij op dezelfde manier ook bezig met film. Hij maakt met heel eenvoudige middelen 'Hedda Gabler' (1975) en 'Pierre' (1976, persprijs van de Belgische film). Hij werkt in Duitsland, Nederland en België als vertaler en dramaturg. Later wordt hij artistiek leider van 'Het Trojaanse paard', met producties als 'Mauser', 'De Hamletmachine' en 'Torquato Tasso'.
Jan Decorte stelt zichzelf en het publiek lastige vragen rond theater, rond de maatschappelijke functie ervan, rond de vorm waarin het zich moet of kan afspelen. En hij aarzelt niet om het publiek telkens weer te verrassen.
In 1981 regisseert hij voor het Kaaitheater 'Maria Magdalena', het 19de eeuwse melodrama van Friedrich Hebbel. De tekst wordt integraal gespeeld door bekende Vlaamse acteurs zoals Bert André en Senne Rouffaer, die gedwongen worden hun traditionele speelstijl te verlaten en op zoek te gaan naar andere benaderingen . Die voorstelling is volgens sommige critici 'een gevecht dat eindigt in een ontdekkingstocht' en volgens andere is het een voorstelling die 'als een bliksem inslaat'. Maria Magdalena plaatst Jan Decorte meteen binnen en buiten de grenzen in de artistieke actualiteit.
En Jan Decorte blijft zoeken naar nieuwe vormen, naar eigen benaderingen en interpretaties, al dan niet op basis van klassieke werken. En wanneer de hoge bastions van de 'officiële' theaters in de jaren tachtig en negentig afgebroken worden, gaat Jan Decorte op zijn eigen manier mee in de niet aflatende stroom van nieuwe groepen, verbanden en tijdelijke gezelschappen. Hij blijft het Vlaamse publiek vooral verrassen met titels als 'Meneer, de zot en het kind', 'Bloetwollefduivel', 'Kleur is alles', 'Bêt noir', 'Amlett/Hamlet', 'Titusandonderonikuskustmijnklote', 'Müller/Traktor'. Als schrijver, als regisseur, als speler. Op alle Vlaamse podia, binnen gevestigde gezelschappen, in festivalverband, in samenwerking met andere toneelkunstenaars. En onlangs kon hij een lang gekoesterde wens in vervulling laten gaan : Jan Decorte regisseerde zijn eerste opera, 'Dido en Aeneas van Henry Purcell'. Jan Decorte blijft altijd verrassen.

Erwin PROVOOST

(Gent, 1954) 

Erwin Provoost studeerde af aan de filmafdeling in 1976.
Vanaf 1975 werkt hij als opnameleider bij verschillende productiefirma's en doet ervaring op bij onder andere de tv-serie'Rubens' en de speelfilm 'Pallieter'. Ondertussen blijft hij ook trouw aan zijn liefde voor muziek en maakt voor Omroep Brabant het nog steeds legendarische 'Huis Depré en Provoost'. Maar hij voelt zich toch vooral aangetrokken door de productionele kant van het filmmaken. Op een korte uitstap in het theater na, blijft hij voortaan bezig met de productie van televisie en films.
Wanneer de jaren 80 aanbreken is het tijd om zelfstandig te beginnen. Hij richt de NV Multimedia op en produceert het speelfilmdebuut 'Brussels by Night' van Marc Didden, met als assistent Dominique Deruddere. In 1984 werkt dit trio opnieuw samen aan 'Istanbul', de tweede Didden-film en in 1986 wordt een eigen project van Dominique Deruddere uitgebouwd tot de langspeelfilm 'Crazy Love'.
Erwin Provoost is er van overtuigd dat populariteit en succes geen synoniem hoeven te zijn voor mindere kwaliteit. Om de daad bij het woord te voegen draait hij in 1987 'Hector', de eerste langspeelfilm van Urbanus met Stijn Coninx als regisseur. Een der eerste kaskrakers in de Benelux. Voor 'Wait until spring, Bandini', de tweede langspeelfilm van Dominique Deruddere, slaagt hij er in om de Amerikaanse filmwereld te interesseren en sterren als Faye Dunaway, Ornella Muti en Joe Mantegna te engageren. De filmprojecten volgen mekaar in een gestaag tempo op. In 1989 regisseert Stijn Coninx een tweede Urbanus-film, 'Koko Flanel'. Opnieuw een kaskraker. In 1992 werkt Erwin Provoost mee aan 'Oeroeg', een film- en televisieproject naar de roman van Hella Haasse. In hetzelfde jaar volgt nog 'De zevende hemel', een nieuwe Urbanus film en in 1994 wordt het komedie hoofdstuk afgesloten met Max, met Jacques Vermeire in de hoofdrol.
Vanaf 1995 gaan Erwin Provoost en MMG zich meer en meer wijden aan televisie. Terugdenkend aan zijn jeugd aan de kust, zet hij 'Windkracht 10' op en laat een ander beeld zien en een ander geluid horen in de Vlaamse televisiefictie. Een 'logisch' vervolg op dit succes wordt daarna 'Flikken', de serie over de Gentse politie die nu aan zijn negende jaargang bezig is.
Maar omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan en het met zijn liefde voor de bioscoopfilm allemaal begonnen was, gaan Erwin en de Multi Media Group, de nieuwe naam voor de NV Multimedia, terug naar hun eerste liefde, de bioscoopfilm. De resultaten zijn 'De zaak Alzheimer', in een regie van Erik van Looy, het grootste Vlaamse publiekssucces ooit en de speelfilmversie van 'Windkracht 10',
geregisseerd door Hans Herbots. En zeer recent verzette hij alweer een baken met de productie van 'Ben X', het debuut van regisseur Nic Balthazar.
De Multi Media Group is sinds 2005 een onderdeel van het Eyeworks concern. Maar voor Erwin Provoost is dit pas een begin.

Luc JANSSEN

(Mol, 1954) 

Luc Janssen studeert tussen 1971 en 1975 aan de afdeling Toneel (nu Dramatische Kunst). Naar eigen zeggen kwam hij naar het Rits om aan de film- of de televisieafdeling te studeren, maar werd hij op de eerste dag door een tweedejaarsstudent overtuigd om zich op toneel te gooien. Die student bleek Marc Didden te zijn.
Van film of televisie naar theater en vandaar naar radio. Het zijn niet echt grote stappen wanneer je passie in feite ligt bij muziek, en dan vooral bij rock. En wanneer je bovendien aangetrokken wordt door de alternatieve stromingen in de pop en rock en een neus hebt voor wat echt authentiek en vernieuwend is.
Van 1979 tot 1990 maakt Luc Janssen voor Omroep Brabant het eigenzinnige muziekprogramma 'Domino'. In dezelfde periode werkte hij ook mee aan het televisieprogramma 'Villa Tempo'. In 1987 gaat Luc Janssen in Nederland voor de VPRO werken en maakt hij op 3FM Frontlijn, De Moordlijst en Semtex Cyberradio. Einde 2006 keert hij voltijds terug naar België. Sindsdien zijn Krapuul de Lux, Select, de Good Luck show, Luftwaffe FM en Mish Mash begrippen voor de StuBru luisteraar en voor heel Vlaanderen.
Niemand kijkt dan ook verbaasd op wanneer Luc Janssen al enkele jaren op zijn bekende snedige manier Rock Werchter en Pukkelpop presenteert. En wanneer de televisie hem in 2007 eindelijk naar waarde schat en hij op zijn eigen, steeds weer verrassende manier met succes het cultuurprogramma Lux XL presenteert, is dit een zoveelste stap in de carrière van een rustige maar gepassioneerde mediaman.

Toelatingsproeven 

audiovisuele kunsten 

meer info via deze link


drama (regie en spel)

25 en 26 juni, 3 en 4 september 2010

meer info via deze link


oriënteringsproeven

audiovisuele assistentie en podiumtechnieken

meer info via deze link

Rits - Dansaertstraat 70 - 1000 Brussel - Telefoon: +32 (0)2 507 14 11

| Homepage | Contact  | Ritscafe | Studentenmail | Docentenmail