Rits Alumni Award 2005

Alumni Awards 2013 Alumni Awards 2012 Alumni Awards 2011 Alumni Awards 2010  Alumni Awards 2009  Alumni Awards 2008  Alumni Awards 2007  Alumni Awards 2006  Alumni Awards 2005

Eric de KUYPER

(Brussel, 1942)

Eric de Kuyper studeert in 1967 af aan het Hoger Rijksinstituut voor Toneel- en Cultuurspreiding (HRITCS), het huidige RITS. Vervolgens werkt hij tien jaar bij de BRT-televisie als producerfilmaankoopen presenteert hij De Andere Film, een televisieprogramma waarin experimentele films worden voorgesteld. In diezelfde jaren zeventig studeert de Kuyper ook filosofie en massacommunicatie aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Parijse Ecole des Hautes Etudes et Sciences bij Roland Barthes en A.J. Greimas. Hij promoveert er met een proefschrift over semiotiek.
Van 1977 tot 1986 is hij werkzaam als docent, vooral aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen, waar hij Dramatologie introduceert, een vak dat zou uitgroeien tot een volwaardige richting Film- en Opvoeringskunsten.
Hij ligt ook mee aan de basis van het prestigieuze tijdschrift voor film en opvoeringskunsten, Versus. In de jaren tachtig realiseert Eric de Kuyper vier speelfilms: Naughty Boys (1982), Casta Diva (1983), A Strange Love Affair (1985) en Pink Ulysses (1990).
In 1988 wordt hij benoemd tot adjunct-directeur van het Nederlands Filmmuseum in Amsterdam. De Kuyper schrijft heel wat artikels en essays over film, opera en literatuur. 
Van zijn hand verschenen de filmstudies Filmische hartstochten (1984) en De Verbeelding van het mannelijk lichaam (1993). Eind jaren tachtig debuteert Eric De Kuyper ook als literair auteur. Met titels als Aan zee (1988), De Hoed van tante Jeannot (1989), Grand Hotel Solitude (1991), Een Passie voor Brussel (1995) neemt hij zijn eigen leven als uitgangspunt voor een autobiografische literatuur in een eigenzinnige, uitgepuurde stijl.
Eric de Kuyper is bovendien een zeer gewaardeerd spreker en lesgever, onder meer in het Koninklijk Belgisch Filmmuseum van Brussel.

Gilbert DEFLO

(Wevelgem, 1944)

Gilbert Deflo studeert in 1966 af aan de afdeling Toneelregie van het toenmalige RITCS.
Deflo behoort daarmee tot de allereerste generatie alumni van de school. Na zijn RITCS studies gaat Gilbert Deflo zich vervolmaken bij de wereldvermaarde Giorgio Strehler in het Piccolo Teatro van Milaan. Nog steeds beschouwt hij Strehler als zijn grote mentor. Aangezien muziek en theater Deflo's twee grote liefdes zijn, is het de opera die zijn leven en internationale loopbaan zullen beheersen. Zijn eerste belangrijke operaregie is Prokofievs De Liefde voor de drie Sinaasappels in Frankfurt. Vervolgens regisseert hij er ook Boris Godunov en Il Barbiere di Siviglia. Aan de Welsh National Opera creëert hij Ligeti's Le Grand Macabre en Die Frau ohne Schatten. Wanneer Gerard Mortier in 1981 intendant wordt van de Koninklijke Muntschouwburg in Brussel stelt hij Gilbert Deflo aan als permanent regisseur.
Tot 1987 blijft Deflo vast verbonden aan de Muntschouwburg. Hij kan er zijn regietalent volledig tot ontplooiing laten komen en is ondertussen ook te gast in buitenlandse operahuizen. In 1989 regisseert hij zijn eerste Italiaanse operaproductie: Aubers Fra Diavolo in Palermo. Het is de start van een reeks succesvolle operaregies in Italië: Rigoletto (met dirigent Riccardo Muti), Carmen, Tosca, Faust, ...
Hij regisseert in de Scala van Milaan en wordt regelmatig uitgenodigd door de meest prestigieuze operahuizen van Europa.
Hij tekent voor opmerkelijke regies van La Serva Padrona in Lausanne, La Bohème in Buenos Aires en Massenets Don Quichotte en Manon in de Opéra National de Paris.
In de Berliner Staatsoper creëert hij met René Jacobs Croesus van Keiser. Met Jordi Savall ensceneert hij Orfeo in het Teatro Real in Madrid.
In 2007 is hij opnieuw aan het werk in de opera's van Parijs, Hamburg, Zürich, Palermo en Cagliari.

Walther VANDEN ENDE

(Brugge, 1947) 

Walther Vanden Ende studeert in 1968 af aan de afdeling Beeld-Geluid-Montage van het toenmalige HRITCS.
Zijn eerste stappen in het professionele filmvak zet hij als camera-assistent bij FonsRademakers' Mira (1971). In 1975 debuteert hij als director of photography van Guido Henderickx' Verbrande Brug. Hij tekent voor het licht en de fotografie van grote Belgische filmklassiekers met internationale uitstraling : Dust (1985, Marion Hänsel), Falsch (1987, Luc & Jean-Pierre Dardenne), Le Maître de musique (1988, Gérard Corbiau), Toto le héros (1991, Jaco Van Dormael), Daens (1993, Stijn Coninx), Farinelli (1994, Gérard Corbiau), Taxandria (1994, Raoul Servais), Le Huitième jour (1996, Jaco Van Dormael), No Man's Land (2001, Danis Tanovic) en Verder dan de maan (2003, Stijn Coninx).
Zijn meest recente bijdragen leverde Van den Ende voor Joyeux Noël (2005, Christian Carion) en Marion Hänsels nieuwste film Sounds of Sand (2006).
Voor Toto le héros ontving Walther Vanden Ende een European Film Award. De cinematografische kwaliteit die hij toevoegde aan heel wat Belgische films werd herhaaldelijk gelauwerd met een Joseph Plateau Award.
Ondanks zijn internationale status werkt Walther Vanden Ende ook graag mee aan films van jonge en debuterende regisseurs.

Els RASTELLI

(Brussel, 1958)

Els Rastelli studeert in 1979 af aan de afdeling Audiovisuele Assistentie van het RITCS.
Na haar studies wordt Els Rastelli eerder toevallig geëngageerd als script-girl. Het is Roland Verhavert, producent van De Witte van Sichem (1980, Robbe de Hert) die de "continuity" toevertrouwt aan Els Rastelli. De Witte is voor Rastelli het begin van een succesvolle, internationale filmcarrière als script en script supervisor. Ze werkt mee aan alle toonaangevende Belgische films vanaf de jaren tachtig: Brussels By Night (1983, Marc Didden), Eline Vere (1991, Harry Kümel), Daens (1993, Stijn Coninx), Verder dan de maan (2003, Stijn Coninx). Om er maar enkele te noemen.
Door haar onbetwiste professionaliteit is ze ook actief in de Franstalige Belgische, de Nederlandse en de internationale filmproductie. Ze werkt samen met onder meer Alain Berliner (Le Mur, 1998 en Passion of Mind, 2000), Raoul Peck (Lumumba, 2000), Jeroen Krabbé (Left Luggage, 1998 en The Discovery of Heaven, 2001) en Paul Verhoeven (Zwartboek, 2006).
Ze aarzelt evenmin om haar vakmanschap en professionele dienstbaarheid in te zetten voor projecten van jonge en beginnende regisseurs, zoals bij Julie Bertucelli's Depuis qu'Otar est parti , 2003.

Jan EELEN

(Leuven, 1970)

Jan Eelen studeert in 1997 af aan de afdeling Audiovisuele Kunsten, richting Televisie van het RITS, departement van de Erasmushogeschool Brussel.
Na zijn studies kan hij onmiddellijk aan de slag bij het pas opgerichte productiehuis Woestijnvis (1997). Op korte tijd groeit hij uit tot een van de voornaamste medewerkers en is actief als regisseur en scenarist. Eelen zorgt er mee voor dat Woestijnvis een jong en dynamisch kwaliteitsmerk wordt voor het betere televisiewerk in Vlaanderen. Hij regisseert Alles kan beter (1998), satiretelevisie van de bovenste plank met onder meer Mark Uytterhoeven en Guy Mortier.
Sinds 2001 doet hij Man bijt Hond en is ook de bedenker van Vaneigens, de hilarische afsluiter van datzelfde programma. Met het weergaloze In de gloria (2000-2001) zet Jan Eelen zijn zoektocht naar nieuwe en spitse vormen en varianten van televisiehumor onverdroten verder. Het Eiland (2004 en 2005), alweer geschreven en geregisseerd door Eelen is opnieuw een schot in de roos.
Ook aan het recente Neveneffecten verleende Eelen zijn medewerking.
Ondanks zijn jonge leeftijd heeft Jan Eelen reeds een grote stempel gedrukt op het moeilijke genre van de televisiecomedy in Vlaanderen.

 

Rits - Dansaertstraat 70 - 1000 Brussel - Telefoon: +32 (0)2 507 14 11

| Homepage | Contact  | Ritscafe | Studentenmail | Docentenmail | Favorieten